Wetgeving redelijk voorstel

Redelijk voorstel en akkoordverklaring

Volgens de wet moeten wij onze huurders een zogeheten ‘redelijk voorstel’ doen. Dat mag op twee verschillende manieren:

  1. Wij doen u een redelijk voorstel en zetten de huurovereenkomst voort.
  2. Of wij zeggen de huurovereenkomst op, op de grond dat wij de woonruimte dringend nodig hebben voor eigen gebruik.

De tweede mogelijkheid klinkt heel vervelend. En gelukkig is die ook niet nodig! Wij zetten graag de huurovereenkomst voort en huurders blijven dan in hun woning wonen zo lang ze willen.

Instemming

Volgens de wet is ons voorstel vermoed redelijk te zijn, als 70% of meer van de huurders daarmee instemt.

Stemt een huurder niet in? Maar heeft 70% of meer van de huurders wel ingestemd? Dan kan een huurder een beslissing van de rechter vorderen. Die beoordeelt of ons voorstel redelijk is. Dat kan binnen 8 weken nádat wij huurders daarvan schriftelijk in kennis stelden. Laat een huurder deze ‘bezwaartermijn’ voorbij gaan? Dan moet hij/zij aan ons voorstel meewerken.

Stemt een kleiner percentage dan 70% in? Dan kunnen wij naar de rechter gaan. Die beoordeelt of ons voorstel redelijk is.

Wat beoordeelt de rechter?

De rechter weegt de volgende factoren af:

  • de aard van de werkzaamheden,
  • de noodzaak van uw medewerking,
  • de financiële consequenties voor u,
  • de huurprijsverhoging,
  • de mogelijkheid van een vervangende woning,
  • de overige omstandigheden van het geval.

Uit rechtspraak blijkt dat er bijvoorbeeld geen sprake is van een redelijk voorstel als de renovatie voor de verhuurder wel wenselijk is, maar niet dringend en het niet leidt tot meer woongenot.